|
Het gesloten onderstuk van de zuidoostelijke hoge bankwang bleef bij de wijzigingen van 1567-1569 gehandhaafd en vormt met de twee aansluitende zetels letterlijk de | 67 |
|
basis voor de renaissance opbouw. De buiten- of koorzijde van het resterende stuk van de hoge wang is op dezelfde wijze versierd als het onderste gedeelte van de drie intact gebleven hoge wangstukken van het koorgestoelte: onder een rijk uitgewerkte gotische architectuur met als hoofdvorm een ezelsrugboog, is een in betrekkelijk hoog reliëf gestoken figuur geplaatst, die tegen de corresponderende lage bankwang een pendant heeft. Hier is deze reliëffiguur de aartsengel Michaël die zijn rechterhand met getrokken zwaard achter het hoofd heeft gezwaaid om in te houwen op de duivel aan zijn voeten. Zowel de aartsengel als de gotische architectuur zijn origineel; slechts de kop van de duivel is werk van de restaurateurs uit de jaren 1877-1881. | 71 |
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 67, 71
Concordius van Goirle & Martien Coppens, De koorbanken van St. Jan (1946) 55-56
A.M. Koldeweij, In Buscoducis : Bijdragen (1990) 423
A.M. Koldeweij e.a., De koorbanken in de St.-Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1991) 67, 69 (afb.), 71
Jan Mosmans, De St Janskerk te 's-Hertogenbosch (1931) 377
Frans van Valderen, De kathedrale basiliek van St. Jan te 's Hertogenbosch (1949) 41